Coaching

Coachen is het begeleiden van de speler tijdens een wedstrijd of toernooi met als doel die speler in staat te stellen optimaal te presteren mét plezier en ruimte voor zelfexpressie.


Je moet je speler kennen, ook zijn achtergrond en er moet een vertrouwensband zijn (en anders moet je daar aan werken;-).


Voor de wedstrijd
Alle organisatorische aspecten. Dat is nogal breed, maar denk aan zaken als:
- inschrijven
- een opstelling maken
- het regelen van vervoer
- bondskaart-afdruk mee laten nemen


en de badminontechnische dingen, met name:
- inzicht krijgen in wat kan de speler in technisch, tactisch, fysiek en mentaal opzicht kan.
- inzicht krijgen in de sterkte/zwakte van de tegenstander.
- voorbespreking om een tactiek te bedenken (1 of 2 punten) én
- om af te spreken wat de speler van jou als coach verwacht.
- toezien dat de speler zich fysiek op de wedstrijd voorbereidt.
- je moet de juiste spanning bij de speler creëren, misschien door een peptalk.
- verstorende afleiders weghalen/voorkomen.


Tijdens de wedstrijd
Je begeleidt de speler, maar hoe doe je dat?
- Tijdens het spel observeer je je speler en de tegenstander
- en dat leg je vast (schrijven, turven, opnemen, onthouden mag ook).
- Je analyseert en verbindt daar conclusies aan
- en die vertaal je naar de taal van je speler.


De speler bepaalt de coaching. Bij alles wat hieronder staat, doe je dat niet als de speler dat niet wil.

Er zijn drie coachingsmomenten:
1. Als de shuttle op de grond ligt
- Positief aanmoedigen, positief enthousiasmeren, positieve gebaren (duim omhoog)
Reden: je speler moet ook tijdens het spel het gevoel krijgen dat jij - wat er ook gebeurt - achter hem staat.
- Je geeft een korte tactische tip, maar let op: de tegenstander luistert mee.
Reden: technische tips (racket anders vasthouden, slagtechniek wijzigen) hebben geen zin, die moeten eerst worden geoefend, dat kan niet tijdens een wedstrijd.
2. In de interval (11-punten break) en
3. Na elke set:
- Je laat de speler even bijkomen en je geeft de speler de gelegenheid om wat te drinken te pakken.
Reden: een (over)vermoeide speler staat niet open voor mentale input.
- Je vraagt eerst aan de speler wat hij heeft gezien (en gaat daar op in)
Reden: als je speler zelf al een tactisch punt heeft gezien, is hij meer dan bereid om daar mee te werken.
- Je stelt zoveel mogelijk vragen, eventueel gericht (bv. Heb je gezien dat ...? Hoe vind je de backhand van de tegenstander achterin? Hoe vind je dat je service loopt?)
Reden: je speler moet tot een inzicht komen, niet de coach. Met dat inzicht begrijpt de speler waarom hij iets moet doen en is beter gemotiveerd om dat dan ook te doen.
- Je begeleidt je speler naar een tactische tip (bv. Hoe kunnen we daar gebruik van maken? of meer gericht: Wat zou er gebeuren als je meer voor-achter speelt?)
Reden: je speler onthoudt beter iets wat hij zelf heeft bedacht.
- Hierbij breng je 1 en heel soms 2 punten in.
Achtergrond: je speler onthoudt alleen wat hij kan bevatten. En bij kinderen is dat 1 punt. Alleen bij heel ervaren spelers kan er meer bij.
- Je sluit af met de vraag: Dus wat ga je nu doen?
Reden: als je speler mondeling herhaalt wat de tactiek wordt, onthoudt hij dat 4x beter (en jij weet dat hij het begrepen heeft).
- en daarna geef je geen andere tactische tips of hints meer(!)
Reden: je speler heeft net de tactiek uitgesproken, geen dingen er meer bij doen, komt toch niet door, of hindert het onthouden van (en het vasthouden aan) die tactiek.


Na de wedstrijd
Na het vieren van een overwinning of het schouderklopje bij een verlies (er komen nog genoeg kansen om te winnen) en als je speler er aan toe is:
- Samen met de speler snel/globaal analyseren: wat ging goed, wat iets minder goed?
Reden: hiervan leert je speler meer over tactiek en over zichzelf.
- Complimenteren/benadrukken wat goed ging
Reden: als iets goed ging, gaat je speler dat met plezier verder ontwikkelen, zodat het zijn sterk punt wordt. Benadrukken wat fout ging ontneemt het spelplezier.
- Niet lang bij een verlies stilstaan.
- Als er meer tijd is: samen met de speler wat dieper evalueren: wat gaat vaker niet goed, waar zit een verbeterpunt?
Reden: formuleren van punten waar de speler aan kan werken.
- Eventueel terugkoppelen naar de trainer om gericht op een terugkerend spelprobleem te gaan trainen.
- Vraag de speler hoe hij jouw coaching heeft ervaren. Wat moet daar anders/kan beter?
Reden: zie de eerste twee alinea's van dit onderwerp.


Speciaal voor jeugdige spelers
Coaching van kinderen kent specifieke aandachtspunten. Hierbij de tips vanuit de wetenschap, en vanuit eigen ervaring:
- Wees positief en taakgericht (in plaats van negatief en resultaatgericht). Wedstrijden zijn van grote waarde, maar het moet daar niet altijd gaan om winnen. Als coach kan je je pupil ook laten richten op het uitvoeren van een specifieke slag/techniek of tactiek.
- Vul de "emotionele tank" van je spelers, bijvoorbeeld door complimenten te geven. Het is voor jongeren belangrijk dat hun coach hen positief aanmoedigt en hen veelvuldig complimenten geeft, zodat ze vertrouwen krijgen in eigen kunnen en gemotiveerd doorzetten.
- Zorg voor een goede balans tussen het aantal complimenten en het aantal kritische opmerkingen. Dat is 5:1, dus 1 kritiekpunt op 5 complimenten.
- Breng je kritiekpunt opbouwend in de bekende feedback-sandwich:
1. Wat je goed deed was [compliment]
2. Als je [concrete tip/kritiekpunt] dan [wat je ermee bereikt]
3. sluit af met een algemene positieve samenvatting.
- Tegelijk kan het voor het leren van tactische vaardigheden soms ook zinvol zijn om fouten te benoemen en opties aan te dragen hoe het beter te doen. Geen techniek, daar zijn de trainingen voor.
- Schep een klimaat waarin jouw pupillen fouten durven te maken. Fouten maken mag. Gebruik ze om je pupil ervan te laten leren.
- Luister naar je pupil door open vragen te stellen. Zo kunnen jongeren naarmate ze ouder worden in toenemende mate zelf regie voeren over hun ontwikkeling.
- Vertel je spelers dat ze altijd winnaars zijn als ze hun uiterste best doen.
- Praat met een speler vooral over zijn of haar eigen vooruitgang.

Bronnen:
- Interactie tussen trainer en jeugdsporter van J. Hilhorst, R. Hekker en J. Steenbergen;
- Positief coachen van PositiefCoachen.nl.


Lees verder: Achtergrondinformatie.