Uitgangspunten jeugdcomp.training

Praktische uitgangspunten

Voor OSM'ers spreekt dit voor zich, maar voor trainers van andere verenigingen die het jaarplan jeugdcompetitietrainingen lezen, is dit goed om te weten:

  • Een training is 1 keer per week en duurt 1,5 uur.
  • Het is op vrijdagavond, dus vlak voor het competitieweekend.
  • Er staan bijna altijd 4 spelers op 1 baan.
  • Er is een gediplomeerde of heel ervaren hoofdtrainer. Die wordt bijgestaan door trainersassistenten, ongeveer 1 bij elke 2 banen. En soms sluit een welwillende ouder ook aan als extra assistent.

Trainingstechnische uitgangspunten

  • We trainen op alle aspecten van het badminton: fysiek, techniek, tactiek en mentaal.
  • Elke training start met een warming-up om blessures te voorkomen. De warming-up is een keuze uit een lijst van bewegingsoefeningen - doorgaans zonder racket en shuttle. Als het even kan, zijn ze gericht op het inhoudelijke deel van de training.
  • Het inhoudelijk deel concentreert zich rond het trainingsdoel: 1 techniek of 1 tactiek. Niet meer, omdat meerdere doelen al gauw te veel is en verwarrend kunnen uitwerken naar kinderen.
  • Het trainingsdoel wordt in stappen aangeboden: van eenvoudig (de slagtechniek), via met beweging (de looptechniek) naar de complete uitvoering.
  • De deelnemers zijn kinderen die net zijn gestart met competitie of dat al enkele jaren doen. De verdeling is ongeveer de helft. Daarom maken we binnen de jeugdcompetitie onderscheid tussen twee groepen: de 'Eerste-/tweedejaars' en de 'Meerderejaars'.
  • Omdat er veel onervaren spelertjes zijn en we hebben gemerkt dat de eerste-/tweedejaars niet 60 minuten lang instructie k├║nnen opnemen, splitsen we het inhoudelijke deel van de training in 3 alternerende tijdvakken van 15 tot 20 minuten:
    TijdvakEerste-/tweedejaarsMeerderejaars
    1Evenwichtige wedstrijdjes Instructie
    2 Instructie Wedstrijdjes
    3DubbelwedstrijdjesInstructie
  • En dan nog zijn er altijd niveauverschillen, daarom moet er in elke oefening altijd een verlichtings- en een verzwaringselement in zitten.
  • Elke training sluit af met een "uitsmijter", een oefening puur voor het plezier, gevolgd door een cooling-down. Dat zal, net als bij de warming-up, een keuze zijn uit rek- en strekoefeningen, gericht op het verhogen van de lenigheid en het fysieke herstel.
  • Er is geen pauze ingepland. We streven ernaar dat de kinderen tijdens de training continu met badminton bezig zijn.

Spelers

We hopen dat de deelnemers bij de aanvang van het trainingsseizoen dit al aan boord hebben:

  • Allereerst en vooral: de wil om zichzelf te verbeteren door te trainen. De spelers hebben zich opgegeven voor de competitie en daarin gaat het erom je te meten met een tegenstander. Je wordt vooral beter dan die tegenstander, als je bereid bent er trainingsuren in te stoppen.
  • De techniek om aangegeven shuttles terug te slaan en in de slag een verschil tussen voorin (kort/zacht) en achterin (hoog/hard) en links en rechts te brengen. De technische lat ligt niet hoog, maar hij is er wel: als terugslaan of sturen al niet lukt, kan de speler niet zelfstandig deelnemen aan de trainingsoefeningen.
  • Basiskennis van de spelregels.
  • Begrijpen wat een forehand, backhand en grip is.

Trainersassistenten

De spelers worden in hun oefeningen begeleid door trainersassistenten.

  • Trainersassistenten hebben een badminton-achtergrond, maar hoeven geen trainingsopleiding te hebben gehad.
  • De assistenten kennen het trainingsplan en weten wat de aandachtspunten zijn, zodat ze gericht bijdragen aan de trainingsdoelstelling.
  • Ze mogen een trainingsonderdeel naar eigen inzicht vereenvoudigen of verzwaren, zolang het trainingsdoel maar wel in zicht blijft.
  • Ze mogen zelf optreden als aangever, zodat 2 of meer spelers kunnen uitvoeren. Hierbij maken ze waar het kan gebruik van de multifeeder.
  • Ze geven na afloop de trainer feedback over het trainingsplan: wat werkte goed, wat kan beter, zodat een volgende training weer beter kan worden.
  • Ze staan open voor feedback van de trainer, zodat zij ook zichzelf kunnen ontwikkelen als begeleider van zo'n trainingsgroep.

Trainer

Ook de trainer zelf werkt vanuit een aantal basisregels:

  • Het doel is deelnemers op de lange termijn beter te laten badmintonnen. Om dat te bereiken gaat het niet alleen om een goede uitvoering, maar vooral ook om duurzaam motiveren en plezier halen uit het spel.
  • De trainer kent zijn deelnemers. Hij probeert te achterhalen wat de doelstelling van een deelnemer is en motiveert hem vanuit de doelstelling.
  • Elke training kent een gerichte opbouw met variaties, zodat de deelnemers steeds het trainingsdoel anders ervaren.
  • Elk trainingsplan is enkele dagen voor de training klaar, zodat trainersassistenten zich kunnen voorbereiden.
  • Na afloop wordt het trainingsplan bijgesteld o.b.v. de feedback en ervaringen, zodat het plan voor volgend jaar beter is.


Lees verder: Trainingsplan-sjabloon jeugd.


Deel dit op:   Facebook    WhatsApp    Email