Recreantencompetitie

De recreantencompetitie is een bondscompetitie voor volwassen recreanten (16 jaar of ouder) over 10 speelweken. Het uitgangspunt is het spelen van wedstrijden tegen recreanten van andere verenigingen, waarbij sportiviteit, spelvreugde en gezelligheid voorop staan. De recreantencompetitie is met name ook voor beginners een uitstekende gelegenheid om een eerste stap in het spelen van wedstrijden te zetten. Door tegen andere verenigingen te spelen, doe je enorm veel ervaring op. Teams worden ingedeeld in poules tot 6 teams naar opgegeven speelsterkte en naar de geografische ligging. Een team kan kampioen worden van zijn poule. Er is geen regionaal of nationaal kampioenschap, wel kunnen teams deelnemen aan het VJC-slottoernooi en aan de grote landelijke toernooien voor recreantenteams.



De competitie wordt twee keer per seizoen georganiseerd door Regio Centrum van Badminton Nederland. De najaarscompetitie (NJC) van september tot en met januari en de voorjaarscompetitie (VJC) van februari tot en met mei. De thuiswedstrijden zijn op de donderdagse vrije speelavond.


Een team kan kiezen uit drie varianten:
1. Gemengd team, alle onderdelen
Een team bestaat uit minimaal 2 heren en 2 dames. Een wedstrijd bestaat uit 8 partijen: een herendubbel en een damesdubbel, twee maal een herenenkel, twee maal een damesenkel en twee maal een gemengd dubbel.


2. Gemengd team, alleen dubbels
Een team bestaat uit minimaal 2 heren en 2 dames. Een wedstrijd bestaat uit 6 partijen: een herendubbel en een damesdubbel en vier maal een gemengd dubbel.


3. Herenteam
Een team bestaat uit minimaal 4 heren. Een wedstrijd bestaat uit 8 partijen: vier enkelpartijen en vier dubbels.


Je kan een nieuw team vanaf mei voor de NJC en vanaf december voor de VJC opgeven bij de competitiecontactpersoon. Daarnaast kan je je als reservespeler aanmelden om in te vallen als een lid van een recreantenteam een keer niet kan spelen. Met het oog op de indeling, die door de bond - regio Centrum wordt geregeld, is het van belang dat een team uit gelijkwaardige spelers bestaat. Het moet niet zo zijn dat de ene speler iedere wedstrijd van de baan wordt geveegd of dat de ander dat met de tegenstander kan doen. Daar heb je geen plezier in en je leert er niets van. Ga dus op zoek naar spelers van je eigen niveau om een team samen te stellen. Voor het opgeven moet de volgorde overeenkomen met de speelsterkte, sterkste speler bovenaan.


Teams worden ingedeeld op speelsterkte van de spelers:
3: komt overeen met de 8e divisie/3e klasse seniorencompetitie. Iemand die vorig seizoen 7e divisie heeft gespeeld, mag meedoen.
4: komt overeen met de 9e divisie/4e klasse seniorencompetitie. Iemand die vorig seizoen 8e divisie heeft gespeeld, mag meedoen.
Y: gemiddelde recreant.
Z: beginnende recreant.


Voor de deelname rekent Badminton Nederland een teambijdrage, die OSM Badminton doorbelast aan het team.


Veel teams blijven in gelijke samenstelling doorspelen in opeenvolgende recreantencompetities. Ieder jaar zijn er ook verschuivingen in de verschillende teams en komen er ook weer teams bij. Dit is veel geregel. Om onrust en teleurstellingen te voorkomen, zijn er een paar praktische afspraken.
Voor de NJC moeten de teams voor de zomer bekend zijn. In april overlegt de competitiecontactpersoon met de teamcaptains van de dan spelende VJC-teams over hun deelname van het team aan de NJC. Vanaf 1 mei kan iedereen zelf bij de competitiecontactpersoon aangeven of en hoe men aan de NJC wil deelnemen.
Voor de VJC speelt dit in het najaar en zal de competitiecontactpersoon in november contact hebben met de teamcaptains. Vanaf 1 december kunnen de leden zich dan weer bij de competitiecontactpersoon melden voor deelname aan de VJC.


De voor- en najaarscompetitie hebben een eigen Programmaboekje met het competitiereglement, daaruit komt deze invalregeling: iedereen (vastspelers, reservespelers en andere clubgenoten) mag invallen in een team, zolang de invaller maar een lagere of gelijke speelsterkte heeft in vergelijking tot het team (te bepalen door de competitiecontactpersoon). Spelers uit een lager teamnummer mogen onbeperkt zonder gevolgen invallen in een hoger team. Spelers uit een hoger teamnummer mogen maximaal twee keer invallen in een lager team. Als een reservespeler drie keer in een team is ingevallen, wordt hij vastspeler van het laagste team waarin hij is ingevallen. De speelvolgorde is en blijft: de sterkste speler(s) altijd het eerst, dus als de invaller sterker is dan de vastspeler, speelt de invaller de eerste enkelpartij. Je mag in één speelweek maximaal twee keer in een wedstrijd spelen. Geef elke invalbeurt door aan de competitiecontactpersoon.


Wat niet in het programmaboekje is opgenomen, is de rol van de teller. Het reglement geeft in vage bewoordingen aan dat er een keuze is of de teller ook de fouten (in/uit) bepaalt. OSM adviseert om je als teller alleen te beperken tot het bijhouden van de stand. De spelers zijn dan zelf verantwoordelijk voor de beslissingen over in en uit. Als zij er in hun sportiviteit onderling niet uitkomen, laat je als teller een let spelen. Dit voorkomt (de schijn van) partijdigheid. Meldt dit altijd voordat je begint te tellen, want de regels hierover zijn niet eenduidig en ook niet bij iedereen bekend.


Als er tijdens de competitie iets niet duidelijk is, of als je een wedstrijd wilt verplaatsen, neem dan niet zelf contact op met de bond of tegenstander, maar regel dat via de competitiecontactpersoon (CCP). Daar is hij voor. Het is niet de bedoeling (en vanuit de bond niet wenselijk) dat er door anderen dan de CCP contact met de bond wordt opgenomen.


NB: als je teamleden gaat vervoeren, lees ook even het advies van het bestuur over uw autoverzekering.


Lees verder: Open toernooien.