Tactiek enkelspel

Waar moet je staan en waar(heen) moet je slaan in het enkelspel?


Uitleg voor de beginner en zijn coach.
De gevorderde speler en zijn coach.
De competitiespeler.


Beginner
Waar sta je?
Je moet daar gaan staan waar je onder de meest voorkomende slagen van je tegenstander het beste bij zijn geslagen shuttles kan komen.
In het enkelspel is dat simpel: ongeveer in het midden. Eén uitzondering: als je serveert en je service komt nog niet zo ver, dan ga je vooraan in het puntje van het serveervak staan. Kan je al wel gemakkelijk een verre hoge service slaan: neem meer afstand van het net, want dan sta je meteen klaar voor de return.


Waar sla je?
Naar de hoeken, immers je tegenstander staat volgens bovenstaande regel ook in het midden. Staat hij daar niet, dan sla je naar de hoek het verst weg van waar hij staat.


Een eenvoudige tactiek is eerst zo ver mogelijk achterin slaan. Gaat je tegenstander keurig terug naar de basis, dan nog een keer naar achteren slaan. Vaak blijft je tegenstander na twee keer achterin slaan achterin hangen, dus daarna speel je de shuttle kort over het net.


Omgekeerd kan ook: eerst kort en daarna naar achteren. Voor/achter is een veel grotere afstand dan links/rechts, en lastiger ook.


Coach van de beginner
Tips voor je speler:
- Keer steeds naar je basispositie terug.
- Speel je tegenstander uit de basis, dus naar de hoeken.
- Speel daar waar je tegenstander niet is (bv. 2x diep en daarna kort).
- Speel je service achterin richting de middellijn (hoef je zelf minder in de breedte te verdedigen).
- Speel langs de lijn, liever dan cross (dan is de shuttle minder lang onderweg).
- Geen punten forceren, bouw je rally rustig op en speel op veilig.


Gevorderde
Dus het bovenstaande weet je nu wel en gebruik je al? Dan gaan we een stapje verder:


Waar sta je?
In plaats van altijd in het midden, pas je je basispositie aan, aan de plaats van de shuttle in het veld van je tegenstander. Shuttle links achter? Jouw basispositie aanpassen naar links, zodat je beter de slag langs de lijn kan retourneren. Slaat je tegenstander toch cross, dan is de shuttle langer onderweg, daar heb je dus ook meer tijd voor om hem te halen.
En als jij de shuttle kort hebt geslagen, pas je je basispositie ook iets naar voren aan, zodat je een korte slag makkelijker kan afmaken. Slaat je tegenstander toch een lob, dan heb je genoeg tijd om weer naar achteren te gaan.


Waar sla je?
Omdat de meeste spelers moeite hebben met de backhand, zie je in het enkelspel veel slagen richting die backhand en dan vooral achterin.


Nadat je eerst je tegenstander in een hoek hebt gedreven, sla je de shuttle in de hoek ertegenover, zodat je tegenstander langs de diagonalen van het veld moet lopen. Dus niet alleen voor-achter, zoals hierboven, maar meer rechtsachter - linksvoor.


Als je tegenstander een wat hoger niveau heeft, zal hij voortdurend terugkeren naar de basispositie. Dan is het juist voor hem wel lekker als jij precies over de diagonaal slaat, want dan hoeft hij niet van richting te veranderen. Om dat alsnog te forceren, sla je dan juist niet meer over de diagonaal, maar naar die andere hoek. Kijk even naar het schema hiernaast: als je eerst naar A slaat, kan je je tegenstander, als die al naar de basispositie terug gaat, het meest verrassen door naar hoek B, C of weer naar A te slaan.


Het standaard-antwoord op een moeilijk slag van je tegenstander is: een hoge bal achterin, zodat je tijd krijgt om te herstellen en terug te keren naar je basis.


Wanneer sla je?
Om je tegenstander zo min mogelijk hersteltijd te gunnen, loop je altijd naar de aankomende shuttle toe en sla je die zo hoog en snel mogelijk terug.


Coach van de gevorderde speler
Nog meer tips voor je speler:
- Als je initiatief hebt, blijf dan aanvallende slagen spelen: drops, drives, smashes.
- Speel alleen cross als je tegenstander uit de basis is, anders is de shuttle te lang onderweg.
- Als je te laat bent: hoge slag.
- Pas je basispositie aan.
- Ga naar die shuttle toe.
- Neem een actieve basispositie aan, zodat je snel weg bent.


Competitiespeler
Op dit niveau is tactiek vooral: welke wapens zet ik in tegen déze tegenstander. Je moet dus weten welke wapens jij hebt: waar ben je goed in? En je moet beoordelen wat de zwakke plekken bij je tegenstander zijn.


De redactie heeft bij een Dutch Open wat tips gevraagd aan de aanwezige trainers:
- In het herenenkelspel is het grootste wapen van de speler een smash. Daarom is de service vaak kort en probeert de speler daarna de shuttle zo kort over het net te krijgen, dat de tegenstander een hoge lob moet spelen. Als die niet diep genoeg is, krijg jij een kans om te smashen.
- In het herenenkelspel wordt de hoge service nog wel gespeeld, maar dan vooral vanuit de backhand: de flick service.
- In het damesenkelspel weegt het risico op de smash minder zwaar dan het voordeel van de shuttle achterin houden. Daar zie je juist veel hoge forehand services.
- In het damesenkelspel is de aanval minder gevaarlijk. Daarom zie je daar meer verdedigende slagen, zoals clears.
- De basistactiek is scherp voorin en hoog in het achterveld. Een vlakke slag in het achterveld geeft een te hoog risico op interceptie.
- Als je zelf snel genoeg bent om naar achteren te gaan, is een korte slag naar het voorveld tactisch goed. Je tegenstander wordt dan gedwongen een lift links- of rechts te spelen, en dat geeft jouw iets meer tijd t.o.v. als je een korte slag in de hoeken speelt.


Onderstaand een aantal voorbeelden voor een tactische oplossing bij sterke en zwakke punten van de tegenstander (bron: Paula Rip, Badminton Nederland).


De tegenstander heeft geen uithoudingsvermogen
- Laat de tegenstander alle hoeken van het veld zien.
- Wacht niet te lang met serveren.
- Houd tempo in het spel.
- Beantwoord een clear vooral niet met veel clears.
- Neem geen/weinig risico met scoren, wacht je kans af.


De tegenstander heeft een goed uithoudingsvermogen
- Speel 'vertragend', zonder onsportief te zijn.
- Maak zoveel mogelijk gebruik van de zwakke plekken in de verdediging van de speler.
- Zorg dat de speler niet in zijn eigen spel komt; bepaal dus zelf het tempo en/of het speltype.
- Benut direct alle scoringskansen.
- Houd goed rekening met je eigen uithoudingsvermogen; ga geen lange rally's aan als jezelf niet fit bent.
- Laat niets merken van je fysieke gesteldheid op dat moment.
- Speel zoveel mogelijk 'met schijn' en neem eventueel risico's bij pogingen tot scoren.


De tegenstander is snel
- Houd de speler goed in het achterveld zodat je zelf overzicht houdt.
- Speel constant op de zwakke technische punten van de speler.
- Speel niet teveel aan het net; de speler kan de shuttle snel pakken en wellicht je zelf overspelen of op de achterlijn drukken.


De tegenstander is langzaam
- Speel snel met aanvallende slagen en raak de shuttle zelf zo snel mogelijk.
- Laat de speler zoveel mogelijk lopen.


De tegenstander heeft een technisch goed spel
- Houd de speler zo diep mogelijk in het achterveld om schijnbewegingen te zien aankomen.
- Geef de tegenstander geen kans de shuttle goed te kunnen spelen. Speel de shuttle veel snel en laag heen en weer.
- Speel zo min mogelijk hoog; hierdoor krijgt de speler te veel tijd voor zijn goede slagen en ben je zelf snel in moeilijkheden.


De tegenstander heeft een slechte backhand
- Speel aanvallend op de backhand, net zo lang totdat je een slecht teruggespeelde return kunt afmaken.
- Lok de tegenstander op de forehand en maak daarna de rally af op de backhand.
- Speel geen hoge slagen op de backhand; de speler kan dan onder de shuttle lopen en een round-the-headslag spelen.


De tegenstander heeft slecht netspel
- Lok veel netspel uit door geplaatste smashes te spelen (deze worden veelal kort teruggespeeld).
- Speel veel dropshots en netdrops.


De tegenstander heeft een harde smash
- Speel veel omlaag met smashes en aanvallende dropshots.
- Speel weinig hoge of halfdiepe clears en lobs.
- Beantwoord dropshots met een netdrop of een aanvallende lob naar de achterlijn.


De tegenstander speelt weinig of geen smash
- Speel altijd een clear of lob als je in moeilijkheden bent.
- Speel veel diepe hoge slagen, afwisselend links- en rechts achterin het veld.
- Speel dusdanig dat de tegenstander de shuttle niet te gemakkelijk hoog over je heen kan spelen, waardoor je zelf de shuttle niet kunt afmaken.
- Speel weinig of geen trage dropshots. Snelle dropshots kunnen wel gespeeld worden, zodat de tegenstander geen kans krijgt om hoog over je zelf heen te spelen.


De tegenstander is snel van zijn stuk gebracht of heeft weinig zelfvertrouwen
- Laat de speler geen vat op je spel krijgen. Houd geen bepaald stereotyp spel aan, varieer.
- Speel afwisselend snel en vertragend.
- Probeer zo snel mogelijk in het begin van het spel punten te maken (snel een paar punten voorstaan).
- Wees zelf rustig en onverstoorbaar.


De tegenstander is laconiek of probeert met andere dingen dan badmintonspel de wedstrijd te winnen
- Blijf uiterlijk even laconiek als de tegenstander; blijf innerlijk goed geconcentreerd.
- Maak van iedere onoplettendheid van de tegenstander gebruik om de aanval af te ronden of een punt te scoren.
- Blijf om welke verstoring dan ook lachen of negeer je tegenstander en laat je niet boos maken.
- Concentreer je op de zwakke punten van de tegenstander en blijf op deze punten spelen.


Lees verder: Tactiek dubbelspel.


Deel dit op:   Facebook    WhatsApp    Email