Tactiek dubbelspel

Waar moet je staan en waar(heen) moet je slaan in het dubbelspel?


Uitleg voor de beginnende badmintonner en zijn coach.
De gevorderde en zijn coach.
De competitiespeler.


Beginner
Waar moet je staan?
In het dubbelspel is dat nog niet zo simpel, maar begin met: naast elkaar (Side by side). Elke speler is verantwoordelijk voor zijn helft van de baan. Je maakt afspraken over het midden. Veel voorkomende afspraak is: degene met de forehand neemt de twijfelshuttles in het midden. Wat handig kan werken: de sterkste speler neemt ze, maar wat ook kan is: we slaan allebei, jij slaat zo'n shuttle snel en ik sla er achteraan.


Waar moet je slaan?
Daar waar de tegenstander niet staat. Doorgaans kom je de tegenstander niet in de hoeken tegen, dus dat is een goed begin. Als je tegenstander ook side-by-side staat, werkt dit heel goed: eerst kort en daarna hoog op dezelfde speler. Of omgekeerd: eerst diep achterin en daarna kort.


Probleem: wat als jíj degene bent die eerst naar achter wordt gedwongen, en daarna speelt je tegenstander heel slim een korte slag op jouw helft? Gelukkig heb je een partner die - toen jij naar achter liep, alvast iets naar voren schoof en jouw voorveld kan bewaken. Terwijl hij op jouw helft de shuttle wegslaat, loop jij snel naar zijn helft, zodat als hij na zijn slag een stap achteruit zet, jullie weer naast elkaar uitkomen en van helft zijn gewisseld.


Serveren
Hoog serveren bij enkelspel biedt het voordeel dat de tegenstander meteen ver uit de basis is. Maar bij dubbelspel werkt dat niet: het achterveld is uit! Als antwoord op een hoge service kan de tegenstander relatief makkelijk smashen of een mooie drop shot neerleggen én hij is snel weer terug op de basispositie. Dus? Juist: serveer zo vaak mogelijk kort.


Coach
Tips voor je spelers:
- Iedere speler is verantwoordelijk voor zijn helft.
- Keer na je slag terug naar je basispositie in je eigen helft.
- Serveer zoveel mogelijk kort.
- Serveer zo veel mogelijk in het midden (dan hoeft je partner minder te vrezen voor een net drop in zijn hoek).
- Als service-ontvanger niet helemaal voorin gaan staan, omdat je toch rekening moet houden met een hoge service.
- Geef zo veel mogelijk een korte return (hoog is te makkelijk terug te slaan).
- Speel diep-kort of kort-diep als de tegenstander ook side-by-side staat.
- Als een speler naar voren wordt gedwongen, helpt de ander door het achterveld te bewaken. En omgekeerd.


Gevorderde
Dus het bovenstaande is gesneden koek? Dan gaan we een stapje verder!


Eerst even de begrippen verdedigen en aanvallen:
Als de shuttle hard naar beneden richting jullie baanhelft aan komt zetten, verdedig je door je racket onder de shuttle te krijgen en (hard) naar boven en (ver) weg te slaan. Dit heet ook voorkomen van score.
Als je aanvalt ben jíj degene die de shuttle hard naar de grond bij de tegenstander probeert te slaan. Ook een lage slag over het net (kort of strak) valt onder aanvallen. Dit heet ook wel initiatief nemen. Aanvallende slagen zijn: smash, drop shot, net drop, korte service. Verdedigende slagen zijn: clear, lob en de hoge service (zie ook badmintontechniek).


Waar sta je?
Als je moet verdedigen, dus de shuttle hoog in het achterveld van de tegenstander slaat, blijf je side-by-side staan. Maar: zodra je een aanvallende slag speelt, gaan jullie naar voor-achter. Zolang je aanvallende slagen kan blijven spelen, blijf je voor-achter. Maar zodra je een hoge slag speelt, gaan jullie weer naar side-by-side. Dit wisselen van side-by-side naar voor-achter heet ook wel het In-Out-systeem. Vergelijk het met een bokser: die verdedigt zich met twee handen en gaat in de aanval gaat met één.



Hier is zwart in de aanval (heeft net een drop shot gespeeld) en rood verdedigt.


Een basisprincipe is: aanvallen, want met verdedigen kan je niet/zelden scoren. Door de voor-achter-positie dwing je tegenstander tot het omhoog spelen van de shuttle, zodat jullie door kunnen gaan met aanvallen (en scoren). De voorspeler is hierbij heel belangrijk: hij moet alle korte slagen proberen af te maken, zodat de tegenstander worden gedwongen hoog te spelen. Het is de taak van de achterspeler om initiatief te houden (smash & drop shot), want met een hoge verdedigende slag scoor je in een dubbel op dit niveau niet.


Van verdediging naar aanval
Vanuit side-by-side kan je in de aanval door:
- als je ongeveer in het middenveld staat, speel je een korte slag net over het net. Omdat jij weet dat je kort gaat slaan, kan jij ook het snelste naar de voor-positie, je gaat achter je slag aan naar voren. Je partner ziet dat en gaat meteen naar de achterpositie.
- als je een hoge bal achterin krijgt, speel je een drop shot, of een smash. Omdat dan de afstand naar de voorpositie voor jou ver weg is, moet je partner meteen naar de voor-positie, zodat jij naar de achter-positie kan.


Van aanval naar verdediging
Vanuit de voor-achter-positie moet je naar side-by-side, zodra jij of je partner een hoge slag slaat. In side-by-side is het makkelijker om score te voorkomen omdat het veld beter is verdeeld. Wie naar links of rechts gaat, hangt af vanaf welke helft de hoge slag wordt geslagen. Is dat rechts, dan gaat degene die heeft geslagen naar de rechterhelft en vice versa.


Coach Lee laat zijn pupillen oefenen, erg duidelijk (7:40):


Service
Het basisprincipe volgend, is de service kort en om de vluchttijd te verkorten, sta & sla je de service zo dicht mogelijk bij het net (zie backhand service). De serverende partij staat al in de aanvalspositie voor-achter.


De ontvangende partij wil het initiatief verwerven en staat zo dicht mogelijk bij het net om bij een te hoge service meteen zelf het initiatief over te nemen met een kort achter het net of een strakke slag in het achterveld.


Wanneer sla je?
Om je tegenstander zo min mogelijk hersteltijd te gunnen, loop je altijd naar de aankomende shuttle toe en sla je die zo hoog en snel mogelijk terug.


Mentaal
Je staat met z'n tweeën op de baan en dat geeft een heel nieuw aspect: samenwerking. Een goed dubbel:
- wil samenwerken
- heeft de bereidheid tot opvangen van elkaar in en na rally's
- kan elkaar oppeppen
- gaat/wil veel samen oefenen
Maar het allerbelangrijkste: jullie zijn een team en ongeacht hoe slecht je partner ook is, je steunt hem wat er ook gebeurt. Ga dus niet belerend uitleggen hoe je partner het had moeten doen, maar pak het altijd aan vanuit een positieve houding en met respect. Anders ga je gegarandeerd met een rotgevoel verliezen.


Coach
Nog meer tips voor je spelers:
Serveren:
- Serveer zoveel mogelijk kort. Want bij een hoge service geef je de aanval weg.
- Serveer zo veel mogelijk in het midden. Er schuilt een risico als je naar buiten serveert: de shuttle is langer onderweg (je tegenstander heeft meer tijd) en de shuttle ligt dan sneller in de korte hoek voorin het verst van jou als serveerder vandaan. Om dat af te dekken moet je na je service ‘mee’ met de shuttle, waardoor de hoek voorin cross open kan komen te liggen. Als je naar het midden serveert, heb je van deze risico’s geen last: door gewoon in het midden blijven staan, dek je eenvoudig beide hoeken af en heeft je tegenstander eerder de neiging om óver je heen omhoog te spelen.
- Na een korte service gaat de serveerder meteen naar de voor-positie.


Serviceontvanger:
- Als service-ontvanger zover mogelijk voorin gaan staan, maar wel zodat je een hoge (flick)service nog net kan retourneren.
- Geef zo veel mogelijk een korte return (hoog is te makkelijk terug te slaan) en ga ook dan achter je slag naar de voor-positie.
- Als je geen korte slag kan spelen, speel dan een hoge, maar zo strak mogelijk naar het achterveld.


Algemeen:
- Als een speler naar voren wordt gedwongen, helpt de ander door het achterveld te bewaken. En omgekeerd.
- Als je moet verdedigen ga je naar side-by-side. Degene die de hoge slag slaat, verdedigt de helft vanwaar hij sloeg.
- Maak afspraken over wie de shuttle slaat als die in het midden komt en jullie side-by-side staan.
- Vanuit side-by-side neem het initiatief door een drop shot en ga achter je slag aan.
- Vanuit side-by-side neem het initiatief door een strakke slag achterin, waardoor de tegenstander wordt gedwongen omhoog te spelen.
- Als de tegenstander side-by-side staat: speel diep-kort of kort-diep .
- Als je tegenstander side-by-side staat en je plaatst een dropshot, doe dat dan door het midden.
- Als je voor-achter staat, speel je zo veel mogelijk naar beneden.


Competitiespeler
Op dit niveau is tactiek vooral: welke wapens zetten wij in tegen déze tegenstanders. Je moet dus weten welke wapens jullie hebben: waar zijn we goed in? En je moet beoordelen wat de zwakke plekken bij je tegenstander zijn.


Daarnaast zijn er aanvullingen op de basisprincipes:
- Als bij jullie de shuttle hoog in het rechterachterveld komt, gaat de linkerspeler mee naar rechts en neemt de voor-positie in, iets rechts van het midden. Dit omdat de rechterspeler het vaakst rechtdoor zal aanvallen en de return dan ook het vaakst aan de rechterkant komt. Een crossverdediging is nl. moeilijk en komt dus minder vaak voor. Als voorspeler moet je wel snel genoeg zijn om die cross-slag op te vangen. Hoe beter de tegenstander de crossverdediging kan slaan, des te minder je als voorspeler mee kan bewegen.


- Het standaard-antwoord op een moeilijk slag van je tegenstander is: hoog achterin in het midden. Dan heb je tijd om naar de standaard side-by-side te gaan.


- Als jullie een hoge slag in het rechterachterveld slaan, gaan jullie naar side-by-side, maar zodanig dat beide spelers ongeveer evenveel afstand hebben tot de plek waar de tegenstander slaat. Je bent als duo dus iets bijgedraaid.


- Naast Side-by-side, voor-achter, in-out is er nog een vierde variant: Round and Round. Bij dit laatste systeem blijf je als koppel in de aanval, alleen wissel je tijdens de aanval van onderling van positie. Dus degene die achteraan smasht, manouvreert zich naar voren, min of meer om je medespeler heen (vandaar dat Round). Hierdoor kan de medespeler naar achter, zodat hij het smashen over kan nemen. Voordeel is dat de smasher even bij kan komen omdat z'n partner dat zware werk even overneemt. Nadeel: dit vereist grote fysieke inspanning, want je bent voortdurend aan het lopen en moet heel snel verre hoeken kunnen afdekken.


- Je partner moet weten waar jouw service komt. Hierdoor kan hij direct na de service de optimale positie innemen. Beter dan te worden verrast.


- De voorspeler gaat alleen over het voorveld, niets erachter.


- De eerste drie slagen komen meestal in het middenveld, dus ontwikkel je slagen die je in dat gebied kan gebruiken. Zo moet je onder druk in de verdediging vanuit het midden de shuttle nog steeds goed kunnen plaatsen.


- Als je als aanvallers niet door de verdediging komt, ga je vertragen door een tempowisseling erin te brengen.


- Speel compact, blijf elkaar, dan vallen er minder gaten.


- Beweeg, ook als je niet de shuttle slaat. Zo gaat de overgang naar een andere positie veel gemakkelijker.


- Als je aanvalt: speel niet meer dan een halve baan cross (“blijf in de helft van de shuttle”), want: korte afstand, korte tijd voor de tegenstander en je partner weet wat er gaat komen, kan in basispositie opschuiven.


- Plaats naar twijfelgebieden van de tegenstander (= daar waar beide spelers even snel bij kunnen komen).


- Speel een aanvallende smash naar de forehand van de tegenstander. Dat is effectiever dan naar de backhand, omdat over het algemeen de onderhandse backhand van een speler vaardiger is dan de onderhandse forehand. Het omgekeerde geld voor bovenhandse slagen: daar is de forehand veel gevaarlijker dan de backhand.


- Als je in de voorpositie staat, is je racketvoering hoog, d.w.z.: je pakt je racket wat hoger op de grip vast, tegen het steelje aan. Bij een lage racketvoering ga je automatisch veel slagen verdedigend spelen: je slaat vele meer omhoog en geeft het initiatief weg. Gedraag je voorin als een ruitenwisser. Nog een reden: bij een lage racketvoering ontstaan een gat op schouderhoogte: voor snelle slagen op die hoogte ben je dan te laat.


- Als je kort serveert, serveer naar het midden. Een service naar de buitenkant kost veel tijd en laat tegenstander de mogelijkheid om direct strak achterin te spelen.


- Het verschil tussen de damesdubbel en herendubbel.
Mannen meer anatomisch meer explosieve kracht, dus met name de smash, en ook de drives, zijn eerder scorend bij mannen dan bij vrouwen. Het herendubbel kenmerkt zich door snel en hard spel. Slimheid komt op het derde plan. In de damesdubbel wordt minder snel gescoord en moet er in de eerste plaats slim gespeeld worden. De tactiek speelt daar dus een belangrijkere rol. Bij de dames zijn draaisystemen dus heel belangrijk, bij de heren is vooral het doel om zo snel mogelijk in de aanval te komen: voor-achter dus.


Lees verder: Tactiek gemengd dubbelspel.


Deel dit op:   Facebook    WhatsApp    Email